quad versterker, quad luidspreker, revisie, ombouw, reparatie
Armand van Ommeren
Kerkstraat 56
4854 CG Bavel
The Netherlands
0161-432451
armand@quadrevisie.nl
KvK Breda 20064173



<< Terug
 

Blavatky's geheime leer:
over kabels en recensenten

© oktober 2005, Tjako Fennema


Wanneer mag je cynisch worden? Moe word ik van wijnproeverijen waarin ‘kenners’ met een stevige sigaar in de ene hand en een toastje schimmelkaas in de andere knuist al gorgelend hun papillen kwellen om vervolgens allerlei quasi wijsgerigheden over de afdronk van de wijn te debiteren. Getergd raak ik door artikelen in audiotijdschriften waarin met grote stelligheid veel onbenul over onderwerpen als audioverbindingskabels en lp versus cd op de argeloze lezer wordt losgelaten.

Laat ik beginnen om met Siltech-fabrikant Edwin van der Kleij in te stemmen dat ieder voor zich moet weten of hij z’n boodschappen per Mercedes of in een Altootje wenst te doen. In welvaartstijd mag de muziekliefhebber z’n geld over de balk smijten, desnoods aan het (esthetisch) plezier van extravagante kabelverbindingen. Maar laat hij niet beweren dat een geluidsinstallatie pas goed klinkt na het uitgeven van duizenden euro’s aan kabels.

Zo speel ik graag lp’s maar meen te weten dat alle warme gevoelens die lp-weergave bij mij opwekken aan andere factoren toe te schrijven zijn dan aan de vermeende inferioriteit van de cd. Zo niet recensenten die menen dat “kabels een buitengewoon grote invloed op de totaalprestatie van een audiosysteem hebben” en dat “ kabels een set kunnen maken of breken”. Gezwets, denk ik dan, behalve dan wanneer ze defect zijn of slecht contact maken. Zo las ik enige tijd geleden deze zin: “er zijn maar weinig kabels in de lagere budgetklassen (!) die goed presteren op het gebied van harmonische presentatie.......” Wat moet ik daar nou toch mee? ’t Zijn zinnen die bij mij raspen als azijnzure wijn in de mondholte; een slok om snel uit te spuwen.

Ik twijfel aan het muzikale herinneringsvermogen van veel schrijvende audiofreaks. Het is zowiezo een lastige job om met de klankkwaliteit van je oude setup in je hoofd, onbevangen naar je nieuwbekabelde installatie te gaan luisteren. Daar zit de nodige tijd en inspanning tussen en het kost heel wat training om het onderscheid tussen ‘beter’ en ‘anders’ te treffen. Ik kom helaas te weinig audiorecensenten tegen die ik dat vergelijk toevertrouw en wanneer ik dan in hun muziekvoorraad kijk, zinkt de moed me al helemaal in de schoenen.

Mag ik tegenover al die stellige beweringen ook eens geharnast uitpakken? In mijn langjarige ervaring in de hifi-branche heb ik nog nooit ervaren dat de bestaande bekabeling de weergave tot een lachertje maakte, laat staan dat het vervangen van verbindingskabels de weergavekwaliteit aanmerkelijk verbeterde. Verschillen van ordinaire snoertjes tot handgesmede massieve gouden verbindingen vallen naar mijn mening weg tegen de verbeteringen die de luisteraar thuis kan bewerkstelligen door bijvoorbeeld te experimenteren met de opstelling van de luidsprekers in de kamer! Ai, die zit. Op de brandstapel met die Fennema! Die recensenten schrijven blijkbaar over buitengewoon subtiele zaken, waarvoor ik – zo wordt mij al meer dan 15 jaar ingezeept - te stom ben om ze waar te nemen. Het zij zo. Toch beluister ik beroepshalve zowat wekelijks hi-end geluidsinstallaties in Nederland en Belgie en ik heb de kwaliteit van die bijzondere bekabeling er nooit vanaf gehoord.

Ik vraag me af waarom de audiorecensenten die dergelijke baude beweringen op de lezers loslaten verzuimen hun referentiekader op te geven of - beter nog – af te stemmen op de in audio geïnteresseerde muziekliefhebber. Want het muziekbesef van die doorgaans alfa-opgeleide audiorecensenten acht ik vaak benauwend klein en stoelt doorgaans op popmuziek en ‘wetenschappelijke’ aannames. En pop is nu eenmaal een produkt dat met eindeloos veel studio-kunstgrepen tot stand komt. “Niemand weet hoe Ella Fitzgerald klinkt”, wist Henri van Hessen van TransTec fijntjes te melden en voor wie dat even niet oppikt: je hoort haar altijd via een PA-systeem. Dat zal je met Dietrich Fischer Dieskau niet gebeuren. Ik daag iedereen uit om zijn stelling te bewijzen dat “het toepassen van goedkope kabels vaak een effect geeft dat vergelijkbaar is met het plaatsen van een halfmatte ruit voor een berglandschap”. Ik vind het schokkend dat iemand zoiets durft te beweren.

Wat ik vele recensenten ook wel zou willen vragen: welk proces moet de muziekliefhebber doorlopen alvorens daadwerkelijk te kunnen gaan luisteren? Dat het pickup-element dagen “moet” inspelen evenals de luidsprekers die etmalen moeten invibreren terwijl versterkers een week lang moeten warmdraaien, alvorens je er zelfs maar fatsoenlijk naar kunt kijken. Mag ik de conditie van de luisteraar ter sprake brengen, want daarover heeft niemand het. ’n Half uur inleidend joggen bij volle maan en een alcoholpromillage van meer dan 1,3 lijken me basisvoorwaarden. Vervolgens een warm bad in milde zoutoplossing, gedurende minimaal 6 uren, met onderdompeling tot boven de schouders. Ik adviseer de recensenten om daarbij het hoofd minimaal 3 minuten diep onder water te houden opdat ook het laatste oorsmeer werkelijk is opgelost. Dat de patiënt daarbij is overleden, vervluchtigt terstond in de vaststelling dat de voorbereiding tot het luisteren voortreffelijk is geslaagd. En daar gaat het toch om?

<< Terug